Wie of wat is de bruid van het Lam
Bij de vraag wie de bruid van het Lam is, denken veel christenen vanzelfsprekend aan een bepaalde groep mensen. De discussie richt zich dan meestal op de vraag of Israël de bruid is of de Gemeente. Bijbels gezien is het echter de vraag of deze benadering wel de juiste is. Misschien zouden we ons niet in de eerste plaats moeten afvragen wie de bruid van het Lam is, maar wat de bruid van het Lam is.
Wanneer we de vraag op die manier benaderen, ontstaat een breder perspectief. In Openbaring 21:9-10 krijgt Johannes immers niet een groep mensen te zien, maar een stad: het heilige, hemelse Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt. De engel zegt: "Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam, laten zien," waarna Johannes niet een verzameling gelovigen ziet, maar de heilige stad. De Schrift zelf lijkt de bruid dus te identificeren met het hemelse Jeruzalem.
Deze constatering werpt een nieuw licht op de vraag wie de bruid is. Een stad is immers meer dan haar gebouwen; zij wordt gekenmerkt door haar inwoners. Toch zijn de inwoners niet de stad zelf. Zo zijn ook de bewoners van het hemelse Jeruzalem niet de bruid, maar maken zij deel uit van de bruid doordat zij in haar wonen. De bruid is de stad; de verlosten zijn haar inwoners.
Vanuit dit perspectief hoeft er ook geen tegenstelling te bestaan tussen Israël en de Gemeente. Beiden kunnen hun plaats hebben binnen het hemelse Jeruzalem, zonder dat zij daarom zelf de bruid zijn. De Gemeente heeft een hemelse roeping en zal als hemels volk haar woning hebben in het hemelse Jeruzalem. Israël behoudt tegelijkertijd haar aardse roeping en de vervulling van Gods verbonden zal plaatsvinden op de vernieuwde aarde tijdens het duizendjarig rijk.
Tijdens het duizendjarig rijk zal het hemelse Jeruzalem niet alleen een hemelse werkelijkheid zijn, maar ook een zichtbare relatie hebben met de aarde. De stad daalt immers uit de hemel neer en krijgt daarmee als het ware een aardse dimensie, zonder haar hemelse karakter te verliezen. Vanuit deze stad zal Christus regeren en zal de heerlijkheid van God zichtbaar worden voor de volken.
In dat toekomstbeeld hebben zowel de Gemeente als Israël hun eigen plaats. De Gemeente zal als hemels volk wonen in het hemelse Jeruzalem. Israël zal als hersteld verbondsvolk op aarde leven en in verbinding staan met dezelfde stad, die gedurende het duizendjarig rijk ook haar uitstraling en aanwezigheid op aarde heeft. Zo delen beiden in dezelfde bruid, ieder overeenkomstig de roeping die God hun heeft gegeven.
Op deze wijze verdwijnt de eeuwenoude discussie over de vraag of de bruid Israël of de Gemeente is. De Schrift lijkt immers een andere richting aan te wijzen. Niet Israël en ook niet de Gemeente zijn de bruid van het Lam. De bruid is het hemelse Jeruzalem. Zowel de Gemeente als Israël behoren tot haar als bewoners, ieder vanuit hun eigen door God gegeven positie en bestemming. Zo blijven zowel de hemelse roeping van de Gemeente als de aardse beloften aan Israël volledig tot hun recht, terwijl beide samen hun plaats vinden binnen de heerlijkheid van de bruid van het Lam.
Juist de beschrijving van het heilige Jeruzalem in Openbaring 21 onderstreept deze gedachte. Johannes ziet een stad met twaalf poorten, waarop de namen van de twaalf stammen van Israël zijn geschreven. Niemand kan de stad binnengaan dan door het bloed van het Lam. De toegang is gerealiseerd via Gods verbondsvolk Israël. Vervolgens beschrijft hij dat de stadsmuur rust op twaalf fundamenten, waarop de namen van de twaalf apostelen van het Lam zijn geschreven. Zo zijn zowel Israël als de Gemeente blijvend in de stad vertegenwoordigd. De poorten herinneren aan Gods verbond met Israël, terwijl de fundamenten verwijzen naar het apostolische getuigenis waarop de Gemeente is gebouwd. Beide behoren onlosmakelijk tot dezelfde stad, de bruid van het Lam.
Maak jouw eigen website met JouwWeb