Efeze 5 in eigen context

Wanneer Efeze 5:22-33 wordt behandeld, ligt de nadruk vaak op het christelijk huwelijk. Paulus spreekt inderdaad over de verhouding tussen man en vrouw, waarbij de man wordt voorgesteld als hoofd en de vrouw als lichaam. Toch blijkt uit de bredere context van de Efezebrief dat Paulus een nog diepere werkelijkheid voor ogen heeft. Het huwelijk dient namelijk als afbeelding van een veel groter geestelijk geheimenis: de eenheid van Christus en Zijn gemeente.

De context van de Efezebrief

Om Efeze 5 goed te begrijpen, moeten we eerst zien wat Paulus vanaf het begin van zijn brief ontvouwt.

In Efeze 1:10 schrijft hij:

"Om in de bedeling van de volheid van de tijden alles weer in Christus bijeen te brengen, zowel wat in de hemel als wat op de aarde is."

Hier wordt direct Gods eeuwige plan zichtbaar. Het doel van Gods heilsplan is dat uiteindelijk alles onder het gezag van Christus wordt samengebracht.

Vervolgens schrijft Paulus in Efeze 1:22-23:

"En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult."

Hier introduceert Paulus een belangrijk beeld dat de hele brief doorloopt: Christus is het Hoofd en de gemeente is Zijn lichaam. Dit is geen toekomstige werkelijkheid, maar een huidige positie van alle gelovigen.

Eén lichaam uit Jood en heiden

In hoofdstuk 2 werkt Paulus dit verder uit. Hij richt zich tot gelovigen uit de volken en herinnert hen eraan dat zij vroeger vervreemd waren van Israël en zonder hoop leefden.

In Efeze 2:11-16 laat Paulus vervolgens zien wat Christus door Zijn kruis heeft gedaan.

Door Zijn offer heeft Hij:

• de scheidsmuur tussen Jood en heiden afgebroken;

• de vijandschap weggenomen;

• beide groepen samengebracht;

• uit die twee één nieuwe mens geschapen;

• beiden in één lichaam met God verzoend.

Het centrale thema is dus niet allereerst het huwelijk, maar de schepping van één nieuw volk van God in Christus.

De gemeente is Zijn lichaam

Wanneer Paulus vervolgens in hoofdstuk 5 schrijft:

"Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn gebeente." (Efeze 5:30)

beschrijft hij opnieuw een bestaande werkelijkheid. Gelovigen zijn niet slechts volgelingen van Christus, maar vormen gezamenlijk Zijn lichaam. Zij delen in Zijn leven en zijn onlosmakelijk met Hem verbonden.

Deze uitspraak vormt de directe aanleiding voor het citaat uit Genesis.

Genesis 2:24 krijgt een diepere vervulling

Paulus vervolgt:

"Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn." (Efeze 5:31)

Op het eerste gezicht lijkt Paulus eenvoudig terug te grijpen op de instelling van het huwelijk in Genesis 2. Maar direct daarna maakt hij duidelijk dat zijn uiteindelijke bedoeling verder reikt.

Hij zegt namelijk:

"Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente." (Efeze 5:32)

Hier verklaart Paulus zelf hoe hij Genesis leest. Het huwelijk is een door God gegeven afbeelding van een grotere geestelijke werkelijkheid. De oorspronkelijke instelling van het huwelijk wijst uiteindelijk vooruit naar de vereniging van Christus met Zijn gemeente.

Het grote geheimenis

Het woord "geheimenis" (Grieks: mystērion) verwijst bij Paulus naar een waarheid die in Gods heilsplan verborgen was, maar nu geopenbaard is.

In de Efezebrief is dat geheimenis niet in de eerste plaats het huwelijk, maar dat Jood en heiden gezamenlijk één lichaam vormen in Christus.

Dat blijkt ook uit Efeze 3:4-6, waar Paulus schrijft dat het geheimenis inhoudt dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Gods beloften in Christus.

Wanneer Paulus daarom Genesis 2:24 aanhaalt, ziet hij daarin uiteindelijk de vervulling in Christus. Zoals man en vrouw één vlees worden, zo heeft Christus Zich verbonden met Zijn gemeente, zodat gelovigen gezamenlijk één lichaam met Hem vormen.

Christus verliet Zijn Vader

Vanuit dit perspectief krijgt ook het beeld van de bruidegom een diepere betekenis.

Zoals Adam zich aan zijn vrouw hechtte, zo heeft Christus Zijn hemelse heerlijkheid verlaten om Zijn volk te redden. Hij kwam vanuit het Vaderhuis naar deze wereld om Zich een gemeente te verwerven door Zijn bloed.

Door Zijn kruisdood zijn gelovigen met Hem verenigd. Niet langer bestaan er twee gescheiden groepen — Jood en heiden — maar één nieuw mens in Christus.

Deze gedachte sluit naadloos aan bij de woorden uit Efeze 2:15-16:

"...opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en zo vrede zou maken, en opdat Hij die beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis."

De betekenis van Efeze 5:31-32

Wanneer we Efeze 5 binnen de gehele brief lezen, wordt duidelijk dat Paulus twee niveaus tegelijk behandelt.

Enerzijds geeft hij praktische aanwijzingen voor het christelijk huwelijk. De liefde van de man voor zijn vrouw en de toewijding van de vrouw aan haar man moeten een afspiegeling zijn van Christus en Zijn gemeente.

Anderzijds laat hij zien dat het huwelijk slechts een afbeelding is van Gods grote heilsplan. Het echte en uiteindelijke geheimenis is de eenheid tussen Christus, het Hoofd, en Zijn gemeente, Zijn lichaam.

Conclusie

De context van de Efezebrief laat zien dat Paulus voortdurend spreekt over Gods plan om alles in Christus bijeen te brengen. Christus is het Hoofd van Zijn lichaam. Door Zijn kruis heeft Hij Jood en heiden tot één nieuwe mens gemaakt en hen in één lichaam met God verzoend.

Vanuit die context citeert Paulus Genesis 2:24. Het huwelijk blijft een door God ingestelde werkelijkheid, maar het dient tegelijkertijd als profetische afbeelding van de veel grotere werkelijkheid: Christus en Zijn gemeente.

Daarom eindigt Paulus met de woorden:

"Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente."

Het grote geheimenis is uiteindelijk niet het huwelijk zelf, maar de wonderlijke vereniging van Christus met Zijn lichaam: de gemeente, bestaande uit gelovigen uit Jood en heiden, die samen in Hem één nieuwe mens zijn geworden. Want die twee zullen samen tot één vlees zijn.