Het hemels Jeruzalem op aarde
Wanneer we Psalm 132, Jesaja 62 en Openbaring 21 naast elkaar leggen, ontdekken we een opmerkelijke rode draad. Alle drie de gedeelten spreken over dezelfde werkelijkheid: Gods definitieve woonplaats bij de mensen, namelijk Jeruzalem. De openbaring daarvan wordt stap voor stap duidelijker.
1. Psalm 132: God kiest Sion als Zijn eeuwige woonplaats
Psalm 132 beschrijft hoe David verlangt naar een woning voor de HEERE. Uiteindelijk is het echter niet David die een woonplaats voor God kiest, maar God die Zelf Sion uitkiest.
”Want de HEERE heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woonplaats begeerd: Dit is Mijn rustplaats voor eeuwig; hier zal Ik wonen, want Ik heb haar begeerd.” (Psalm 132:13-14)
Hier wordt een blijvende belofte gegeven. God zal voor eeuwig in Sion wonen. Zijn keuze is definitief. Deze belofte is groter dan het aardse Jeruzalem van Davids dagen. Zij wijst vooruit naar Gods volmaakte woning, waar Hij voor eeuwig onder de mensen zal wonen.
2. Jesaja 62: Sion wordt een kroon en een bruid
Jesaja sluit hier direct op aan. De profeet spreekt over het toekomstige herstel van Sion. Jeruzalem zal niet langer “Verlatene” heten, maar “Mijn welgevallen is in haar”.
Daarna gebruikt Jesaja een opvallend beeld: ”Zoals een bruidegom zich verheugt over de bruid, zo zal uw God Zich over u verheugen.” (Jesaja 62:5)
In dit hoofdstuk is de bruid niet een volk van mensen, maar Sion en Jeruzalem zelf. De stad ontvangt een nieuwe naam, een nieuwe heerlijkheid en wordt de vreugde van haar God.
Ook wordt gezegd dat God Jeruzalem zal maken tot een lof op de aarde (Jesaja 62:7). Daarmee sluit Jesaja aan bij Psalm 132: de plaats die God heeft uitgekozen zal uiteindelijk het centrum van Zijn regering en heerlijkheid worden.
3. Openbaring 21: de Bruid wordt getoond
In Openbaring 21 komt de vervulling. Johannes krijgt niet te horen dat hij een groep mensen zal zien. De engel zegt: ”Kom, ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam.”
Wanneer Johannes kijkt, ziet hij niet een gemeente of een volk, maar: ”De heilige stad, Jeruzalem, neerdalende uit de hemel van God.”
Hier verklaart de Schrift zelf wie de bruid is. De engel belooft de bruid te laten zien en toont vervolgens de heilige stad. Er volgt geen andere uitleg of verandering van onderwerp. De bruid blijkt de stad te zijn.
Daarmee vallen de profetieën uit Psalm 132 en Jesaja 62 op hun plaats.
- In Psalm 132 kiest God Sion als Zijn eeuwige woonplaats.
- In Jesaja 62 wordt Jeruzalem beschreven als de bruid waarin God Zich verheugt.
- In Openbaring 21 wordt diezelfde stad in haar verheerlijkt en hemels karakter aan Johannes geopenbaard als “de bruid, de vrouw van het Lam”.
4. Gods heerlijkheid woont in de stad
Openbaring 21 beschrijft vervolgens niet de inwoners, maar de stad zelf. Haar muren, poorten, fundamenten, afmetingen en heerlijkheid worden uitvoerig beschreven. Het hoogtepunt is: ”De heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp.”
Dat sluit opnieuw aan bij Psalm 132, waar God zegt dat Hij daar, voor eeuwig zal wonen. De woonplaats van God en de heerlijkheid van God vallen volledig samen.
Conclusie
Psalm 132 begint met Gods keuze voor Sion als Zijn eeuwige woonplaats. Jesaja 62 laat zien dat deze stad de vreugde van God zal zijn en gebruikt daarvoor het beeld van een bruid. Openbaring 21 neemt deze profetieën over en openbaart uiteindelijk zonder omweg dat de bruid daadwerkelijk de heilige stad Jeruzalem is, die uit de hemel neerdaalt.
Zo vormen deze drie Schriftgedeelten één doorgaande openbaringslijn. Wat in de Psalmen wordt beloofd, door Jesaja profetisch wordt aangekondigd, wordt in Openbaring zichtbaar vervuld: Gods eeuwige woonplaats is de heilige stad Jeruzalem, de Bruid, de vrouw van het Lam.
Maak jouw eigen website met JouwWeb