De muren van de stad
De profeet Zacharia ontvangt een bijzonder visioen over het toekomstige Jeruzalem. In Zacharia 2:1-5 ziet hij dat de stad niet zal worden afgemeten om er een menselijke verdedigingsmuur omheen te bouwen. De reden hiervoor is dat Jeruzalem zo groot zal worden vanwege de vele mensen en het vele vee die er zullen wonen. De HEERE zegt vervolgens:
”Ikzelf zal voor haar een muur van vuur zijn rondom, spreekt de HEERE, en Ik zal heerlijkheid zijn in haar midden.”
Dit wijst vooruit naar het duizendjarig rijk, waarin Jeruzalem niet afhankelijk zal zijn van menselijke vestingwerken. De veiligheid van de stad zal niet worden gewaarborgd door stenen muren, maar door Gods eigen tegenwoordigheid. Hij Zelf zal de bescherming van Zijn volk zijn.
Deze gedachte krijgt een diepere betekenis in het boek Openbaring. In Openbaring 4:3 beschrijft Johannes Degene die op de troon zit als iemand die eruitziet als een jaspissteen. Vervolgens lezen we in Openbaring 21:17-18 dat de muur van het heilige Jeruzalem van jaspis is gemaakt. Omdat de jaspis zowel de heerlijkheid van God als het materiaal van de muur kenmerkt, kan de muur worden gezien als een uitdrukking van Gods eigen tegenwoordigheid en heerlijkheid. De muur weerspiegelt als het ware Gods wezen.
Hierdoor ontstaat een opmerkelijke verbinding tussen Zacharia en Openbaring. Zacharia spreekt over de HEERE als een “muur van vuur” rondom Jeruzalem, terwijl Johannes een muur van jaspis ziet, een steen die de uitstraling van Gods heerlijkheid weerspiegelt. Beide beelden benadrukken dezelfde waarheid: God Zelf is de bescherming van Zijn stad.
Deze profetie lijkt haar zichtbare vervulling te krijgen aan het einde van het duizendjarig rijk. Volgens Openbaring 20:7-9 wordt de satan na duizend jaar voor korte tijd losgelaten. Hij misleidt de volken van de aarde en verzamelt hen om op te trekken tegen “de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad”, Jeruzalem.
Dan grijpt God Zelf in:
”En zij kwamen op over de breedte van de aarde en omsingelden de legerplaats van de heiligen en de geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen.” (Openbaring 20:9)
Waar Zacharia spreekt over een muur van vuur rondom Jeruzalem, zien we in Openbaring dat Gods hemelse vuur de vijanden van de stad vernietigt. De bescherming van Jeruzalem komt niet voort uit menselijke kracht of militaire verdediging, maar uit Gods eigen aanwezigheid. Hij is zowel de heerlijkheid in het midden van Zijn volk als de ondoordringbare bescherming rondom hen.
Zo vormen Zacharia 2 en Openbaring 20 en 21 samen een krachtige profetische lijn: de HEERE Zelf is de ware muur rondom Zijn stad. Zijn heerlijkheid is haar bescherming, Zijn aanwezigheid haar veiligheid, en niemand zal Jeruzalem kunnen innemen zolang Hij in haar midden woont.
Maak jouw eigen website met JouwWeb