En het Lam is haar Lamp

Volgens Jesaja 60:19-20 zal er een tijd aanbreken waarin de zon overdag niet langer nodig zal zijn om licht te geven en ook de maan haar schijnsel niet meer zal verspreiden. In plaats daarvan zal de HEERE Zelf voor Zijn volk een eeuwig licht zijn, en zal Zijn heerlijkheid hun blijvende glans vormen. Deze profetie wijst vooruit naar een toekomstige werkelijkheid waarin Gods tegenwoordigheid alle natuurlijke lichtbronnen overtreft.

De woorden van de Heere Jezus in Mattheüs 24:29-31 sluiten hierbij aan. Hij zegt dat direct na de grote verdrukking de zon verduisterd zal worden, de maan haar licht niet meer zal geven en de sterren van de hemel zullen wankelen. Op datzelfde moment zal het teken van de Zoon des mensen aan de hemel verschijnen en zal Christus komen op de wolken met grote kracht en heerlijkheid. De verduistering van zon en maan vormt daarmee niet alleen een kosmisch teken van het einde van dit tijdperk, maar markeert ook de komst van Hem die Zichzelf het Licht der wereld noemt. Waar het natuurlijke licht verdwijnt, wordt Christus Zelf het licht dat de aarde verlicht.

Deze gedachte krijgt een prachtige vervulling in Openbaring 21:23. Daar wordt over het hemels Jeruzalem gezegd dat de stad de zon en de maan niet nodig heeft om haar te beschijnen, omdat de heerlijkheid van God haar verlicht en het Lam haar lamp is. Het eeuwige licht waarvan Jesaja sprak, blijkt uiteindelijk volledig te worden vervuld in de tegenwoordigheid van God en van het Lam.

Daarnaast lijkt ook de profetie van Ezechiël een belangrijke plaats in dit geheel te hebben. In Ezechiël 43:2 ziet de profeet hoe de heerlijkheid van de God van Israël vanuit het oosten terugkeert naar de tempel. De aarde straalt daarbij van Zijn heerlijkheid. Tijdens het duizendjarig vrederijk zal de aardse stad, zoals beschreven in Ezechiël 48, verbonden zijn met deze tempel waar Gods heerlijkheid woont. Vanuit die tempel zal Zijn heerlijkheid uitgaan en de aarde verlichten. Dit vormt een voorafschaduwing van de uiteindelijke en volmaakte vervulling in Openbaring 21, waar Gods heerlijkheid niet alleen de tempel of de stad, maar de gehele nieuwe schepping vervult.

Wanneer deze gedeelten naast elkaar worden gelegd, ontstaat een indrukwekkend profetisch beeld. Jesaja kondigt aan dat de HEERE Zelf het eeuwige licht zal zijn. Jezus verbindt de verduistering van de zon en de maan met Zijn wederkomst in heerlijkheid. Ezechiël beschrijft de terugkeer van Gods heerlijkheid naar de tempel, waardoor de aarde wordt verlicht, en Openbaring laat zien hoe deze lijn haar definitieve vervulling bereikt: de heerlijkheid van God verlicht de heilige stad en het Lam is haar lamp. Zo wijzen deze profetieën gezamenlijk naar de tijd waarin Gods aanwezigheid alle duisternis verdrijft en Hij voor eeuwig het Licht van Zijn volk zal zijn.

Maak jouw eigen website met JouwWeb