De rivier
Wanneer we de profetieën van Ezechiël, Joël, Zacharia en Openbaring met elkaar vergelijken, ontstaat een opmerkelijk samenhangend beeld. Hoewel deze profeten honderden jaren van elkaar leefden, beschrijven zij dezelfde toekomstige werkelijkheid: tijdens het duizendjarig vrederijk zal vanuit Jeruzalem levend water over de aarde stromen. De Schrift verklaart hierbij de Schrift, waardoor de verschillende profetieën elkaar aanvullen en bevestigen.
De bron van het levende water
Johannes schrijft in Openbaring:
”En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, helder als kristal, voortkomende uit de troon van God en van het Lam.” (Openbaring 22:1)
De rivier vindt haar oorsprong dus niet in een natuurlijke bron, maar in de troon van God en van het Lam. Dit detail is van groot belang, omdat Ezechiël reeds had geprofeteerd waar deze troon zich zal bevinden.
In Ezechiël 43:7 zegt de HEERE:
”Dit is de plaats van Mijn troon en de plaats van Mijn voetzolen, waar Ik in het midden van de Israëlieten wonen zal tot in eeuwigheid.”
Deze woorden worden uitgesproken wanneer de heerlijkheid van de HEERE terugkeert naar de toekomstige tempel. Vanuit een letterlijk-profetische uitleg is dit de tempel die tijdens het duizendjarig vrederijk in Jeruzalem zal staan. Gods troon bevindt zich dan in Zijn tempel, te midden van Israël.
Wanneer Johannes vervolgens in Openbaring de rivier uit de troon van God ziet stromen, sluit dit naadloos aan bij Ezechiëls beschrijving. Het gaat niet om twee verschillende rivieren, maar om dezelfde rivier van levend water.
De rivier onder de tempel
Ezechiël beschrijft vervolgens waar deze rivier zichtbaar wordt.
”Daarna bracht hij mij terug naar de ingang van het huis, en zie, er vloeide water van onder de dorpel van het huis…” (Ezechiël 47:1)
Het water stroomt onder de drempel van de tempel vandaan. Eerst is het slechts een kleine stroom, maar naarmate de rivier verder stroomt, neemt zij in omvang toe totdat zij verandert in een machtige rivier die niet meer kan worden doorwaad.
Opmerkelijk is dat deze rivier overal waar zij komt leven brengt. De Dode Zee wordt gezond gemaakt, vissen vermenigvuldigen zich en bomen dragen voortdurend vrucht. Dit herstel van de schepping past volledig binnen het vrederijk waarin de vloek grotendeels wordt teruggedrongen en de aarde onder de regering van de Messias wordt hersteld.
Twee richtingen vanuit Jeruzalem
Zacharia voegt een belangrijk detail toe.
”Te dien dage zullen levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft ervan naar de oostelijke zee en de helft ervan naar de achterste zee…” (Zacharia 14:8)
Waar Ezechiël vooral de oostelijke stroom beschrijft die uitmondt in de Dode Zee, laat Zacharia zien dat de levende wateren zich in twee richtingen zullen verdelen. Eén stroom gaat naar de oostelijke zee (de Dode Zee) en een andere naar de westelijke zee (de Middellandse Zee).
Hierdoor blijkt dat Ezechiël niet noodzakelijk het volledige watersysteem beschrijft, maar zich richt op het gedeelte dat de Dode Zee zal herstellen. Zacharia vult dit beeld aan door te laten zien dat Gods levengevende wateren zich zowel oost- als westwaarts zullen verspreiden.
De profetie van Joël
Ook Joël beschrijft dezelfde toekomstige situatie.
”Te dien dage zal het geschieden dat de bergen van zoete wijn zullen druipen… alle beken van Juda zullen vol water zijn; ook zal een bron uit het huis des HEEREN uitgaan…” (Joël 3:18)
Hier vallen twee zaken op.
Ten eerste zullen alle beken van Juda van water voorzien zijn. Dat wijst op een algemene verandering van het landschap. Waar nu droogte heerst, zal overvloedig water zijn.
Ten tweede spreekt Joël over een afzonderlijke bron die uit het huis van de HEERE ontspringt. Daarmee sluit hij rechtstreeks aan bij Ezechiël 47, waar het water eveneens uit de tempel stroomt.
Joël maakt dus onderscheid tussen de algemene waterstromen in Juda en de bijzondere bron die uit Gods huis voortkomt. De rivier uit de tempel vormt de oorsprong van het herstel dat zich vervolgens over het hele land uitbreidt.
De Schrift verklaart de Schrift
wanneer deze vier profetieën naast elkaar worden gelegd, vullen zij elkaar op opvallende wijze aan.
- Openbaring openbaart de oorsprong van de rivier: de troon van God en van het Lam.
- Ezechiël laat zien dat deze troon zich bevindt in de toekomstige tempel en beschrijft hoe de rivier onder de tempel vandaan stroomt.
- Zacharia verklaart dat de levende wateren zich in twee richtingen over het land verspreiden.
- Joël laat zien dat zowel Juda als het huis van de HEERE bronnen van levend water zullen voortbrengen.
Geen van deze profetieën spreekt de andere tegen. Integendeel, iedere profeet voegt nieuwe details toe aan hetzelfde toekomstbeeld.
Het Jeruzalem van het vrederijk
Vanuit de letterlijke uitleg (bedelingenleer) hebben deze profetieën betrekking op het duizendjarig vrederijk. De beschreven tempel heeft nooit in de geschiedenis bestaan en de genoemde geografische veranderingen hebben zich evenmin ooit letterlijk voorgedaan.
Jeruzalem zal dan het bestuurlijke en geestelijke centrum van de aarde zijn. De Messias zal vanaf de troon van David regeren, terwijl de heerlijkheid van God in de tempel woont. Vanuit deze stad zullen de wateren des levens uitgaan om de aarde te herstellen.
Het aardse Jeruzalem was reeds de hoofdstad van Juda. Tijdens het vrederijk zal deze stad echter haar door God bepaalde bestemming volledig bereiken. Zij wordt de stad van de grote Koning, het middelpunt van Zijn regering over de volken.
De plaats van Openbaring 21 en 22
Sommigen plaatsen Openbaring 21 en 22 uitsluitend ná het duizendjarig vrederijk, in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Toch bevat deze visie enkele moeilijkheden.
In Openbaring 22 dragen de bomen iedere maand vrucht en hun bladeren zijn “tot genezing van de volken” (Openbaring 22:2). Wanneer de nieuwe hemel en de nieuwe aarde volledig zijn aangebroken, is genezing echter niet langer nodig, omdat ziekte, dood en vloek dan definitief verdwenen zijn (Openbaring 21:4).
Ook spreekt Openbaring 22 nog over volken en koningen die in verband staan met de stad. Dit sluit beter aan bij de situatie tijdens het messiaanse vrederijk, waarin Christus vanuit Jeruzalem over de volken regeert.
Vanuit deze benadering vormt Openbaring 22 daarom geen losstaande beschrijving, maar de voltooiing van wat Ezechiël, Joël en Zacharia reeds eeuwen eerder hadden aangekondigd: de rivier van het levend water die ontspringt uit Gods troon, door Zijn tempel stroomt en de gehele aarde vervult met leven.
Zo getuigen de profeten gezamenlijk van één toekomstige werkelijkheid. De troon van God zal gevestigd zijn in Jeruzalem, Zijn heerlijkheid zal de tempel vervullen en vanuit Zijn aanwezigheid zullen de wateren des levens uitgaan om de aarde te herstellen onder de rechtvaardige regering van de Messias.
Maak jouw eigen website met JouwWeb