De Reine maagd

Een veel aangehaalde Bijbeltekst voor de gedachte dat de gemeente de bruid is, is 2 Korinthe 11:2. Paulus schrijft daar dat hij de gemeente aan Christus heeft verbonden.

Juist hier blijkt een vertaalkeuze veel invloed te hebben gehad. De Herziene Statenvertaling vertaalt dat Paulus de gemeente "ten huwelijk heeft gegeven", terwijl de NBG-vertaling spreekt over "verbonden".

In het Grieks gebruikt Paulus het werkwoord harmozo. Opmerkelijk genoeg komt dit woord slechts één keer in het Nieuwe Testament voor.

De oorspronkelijke betekenis verwijst naar het werk van een vakman die onderdelen precies passend maakt, zoals een timmerman of scheepsbouwer houten delen naadloos met elkaar verbindt. Het gaat om het vormen van één stevig geheel. De nadruk ligt niet op een juridisch huwelijkscontract, maar op een hechte, organische verbinding.

Vanuit die betekenis kan Paulus' beeld ook anders worden verstaan. Zijn zorg is niet in de eerste plaats een huwelijksceremonie, maar dat de gemeente onverdeeld en zuiver met Christus verbonden blijft.

Waarom dit onderscheid belangrijk is

Het verschil tussen een huwelijkscontract en een levende verbinding raakt aan een belangrijk thema dat door de hele Bijbel heen loopt.

Bij de Sinaï sloot God met Israël het oude verbond. Dat had het karakter van een wederzijdse overeenkomst: God beloofde Zijn zegen, het volk beloofde gehoorzaamheid.

De geschiedenis laat echter zien waar de zwakke schakel zat. Nog voordat Mozes met de stenen tafelen van de berg afdaalde, had Israël het gouden kalf gemaakt. De mens bleek niet in staat het verbond trouw na te komen. De profeten beschrijven die ontrouw later zelfs in termen van geestelijk overspel.

Daartegenover staat Gods verbond met Abraham. Dat verbond rustte niet op twee gelijkwaardige partijen. Terwijl Abraham sliep, nam God Zelf de volledige verantwoordelijkheid op zich. De zekerheid van het verbond lag niet in de trouw van de mens, maar in Gods eigen trouw.

Van contract naar lichaam

Het Nieuwe Testament legt vervolgens een ander accent. In plaats van de relatie tussen Christus en de gelovigen hoofdzakelijk te beschrijven als een contract tussen twee partijen, gebruikt het steeds opnieuw het beeld van het Hoofd en het lichaam.

Christus is het Hoofd; de gelovigen zijn Zijn lichaam.

Dat beeld is veel meer dan een illustratie. Een hand sluit geen contract met het hoofd. Zij functioneert eenvoudig omdat zij deel uitmaakt van hetzelfde lichaam. Haar leven vloeit voort uit haar verbondenheid met het hoofd.

Vanuit dat perspectief kan Christus worden gezien als Degene die de mens volmaakt met God verbindt. Door Hem worden mensen ingelijfd in een nieuwe werkelijkheid. Hun zekerheid rust uiteindelijk niet op hun vermogen een overeenkomst na te leven, maar op hun eenheid met Christus Zelf.

Een reine maagd ondanks onze gebreken

Dat helpt ook om Paulus' woorden over de gemeente als een "reine maagd" te begrijpen.

De gemeente in Korinthe was allesbehalve volmaakt. Paulus moest haar aanspreken op verdeeldheid, zonde, misbruik van de gaven en allerlei misstanden. Toch noemt hij haar een reine maagd.

Hoe kan dat?

Het antwoord ligt in het volbrachte werk van Christus. Efeziërs 5 beschrijft hoe Christus Zijn gemeente heeft geheiligd en gereinigd. De nadruk ligt op wat Hij heeft gedaan.

Daarbij past ook het beeld dat Jezus gebruikt tijdens de voetwassing van Petrus. Wie eenmaal gebaad heeft, hoeft niet opnieuw helemaal gewassen te worden; alleen de voeten hebben dagelijkse reiniging nodig.

Zo verandert de "modder" van onze dagelijkse tekortkomingen onze identiteit in Christus niet. Onze positie voor God is niet gebaseerd op onze wisselende prestaties, maar op de volkomen gerechtigheid van Christus die ons wordt toegerekend. Daarom is onze positie in Christus die van een reine maagd.