Geen tempel in haar
In Openbaring 21:9 wordt Johannes door één van de zeven engelen uitgenodigd met de woorden:
"Kom, ik zal u de bruid laten zien, de vrouw van het Lam."
Vervolgens wordt Johannes in de Geest op een grote en hoge berg gebracht. Daar ziet hij de grote stad, het heilige Jeruzalem, dat uit de hemel neerdaalt van God. De engel had aangekondigd dat hij de bruid zou zien, maar wat Johannes vervolgens ziet is een stad, het hemels Jeruzalem.
Deze beschrijving vormt tevens een teruggrijpen op de aankondiging van de bruiloft van het Lam in Openbaring 19. Daar was de bruid gereedgemaakt; hier wordt zij aan Johannes getoond in haar heerlijkheid.
Voordat Johannes deze stad ziet, beschrijft Openbaring 20 eerst de periode waarin de satan voor duizend jaar wordt gebonden. Deze periode wordt doorgaans aangeduid als het duizendjarig vrederijk. In deze tijd zullen verschillende profetieën uit het boek Ezechiël in vervulling gaan.
Ezechiël 40–43 beschrijft de bouw van een nieuwe tempel. Vervolgens wordt in Ezechiël 48 het land opnieuw verdeeld. Deze verdeling bestaat uit drie hoofdgedeelten:
- een noordelijk gebied voor zeven stammen;
- een middengedeelte dat als hefoffer aan de HEERE is gewijd;
- een zuidelijk gebied voor vijf stammen.
Het middengedeelte wordt vervolgens verdeeld in drie afzonderlijke delen:
- een gebied voor de priesters, waarin ook de tempel staat;
- een gebied voor de Levieten;
- een gebied voor de stad en voor hen die de stad dienen.
Hieruit blijkt dat de tempel niet binnen de stad ligt. De stad, die aan het einde van Ezechiël de naam "De HEERE is daar" ontvangt (Ezechiël 48:35), ligt ten zuiden van het priesterlijke gebied waarin de tempel zich bevindt.
Wanneer Johannes vervolgens de heilige stad ziet, merkt hij iets opmerkelijks op:
"En ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam." (Openbaring 21:22)
Waar de stad uit Ezechiël nog naast een afzonderlijke tempel bestaat, heeft de stad die Johannes ziet geen tempelgebouw meer. De reden daarvoor is niet dat de tempel ontbreekt, maar dat God Zelf en het Lam haar tempel zijn. Zijn tegenwoordigheid vervult de gehele stad.
Dit sluit aan bij een patroon dat vaker in de Schrift voorkomt. De aardse eredienst is een afschaduwing van een hemelse werkelijkheid. Zo spreekt Openbaring 15:5 over de tempel van de tabernakel van de getuigenis in de hemel. De aardse tabernakel en de tempel waren dus niet de oorspronkelijke werkelijkheid, maar een afbeelding van wat zich in de hemel bevindt.
Hetzelfde principe zien we bij het paradijs. In de hof van Eden stond de boom des levens. De Heere Jezus spreekt echter over een hemels paradijs wanneer Hij tegen de moordenaar aan het kruis zegt: "Heden zult u met Mij in het paradijs zijn." Ook Openbaring 2:7 verbindt de boom des levens met het paradijs van God. De aardse werkelijkheid blijkt dus een afspiegeling te zijn van een hogere, hemelse werkelijkheid.
Vanuit ditzelfde Bijbelse patroon is het begrijpelijk dat ook de stad die Ezechiël beschrijft een hemelse tegenhanger heeft. De overeenkomsten tussen beide steden zijn opvallend: beide zijn heilig, beide zijn verbonden met Gods aanwezigheid en beide dragen kenmerken van Zijn heerlijkheid. Tegelijk is er een wezenlijk verschil. In Ezechiëls stad bevindt de tempel zich buiten de stad, terwijl Johannes juist benadrukt dat de stad die hij ziet geen tempelgebouw heeft, omdat de Heere, de almachtige God, en het Lam Zelf haar tempel zijn.
De stad die Johannes in Openbaring 21 vanaf vers 9 ziet, kan daarom worden verstaan als de hemelse tegenhanger van de stad die Ezechiël beschrijft. Zoals de aardse tabernakel een hemels voorbeeld heeft en het aardse paradijs verwijst naar het paradijs van God, zo wijst ook de aardse stad "De HEERE is daar" naar de hemelse stad waar Gods aanwezigheid niet langer aan één gebouw is verbonden, maar de hele stad vervult. Daarom heeft Johannes geen tempel in haar gezien, want de HEERE Zelf en het Lam zijn haar tempel.
Maak jouw eigen website met JouwWeb