Gebouwd op hetzelfde fundament
De puzzelliefhebber heeft het ongetwijfeld wel eens meegemaakt: een puzzelstukje lijkt qua vorm precies te passen, maar wanneer je naar de afbeelding kijkt, blijkt het toch niet het juiste stukje te zijn. De contouren sluiten aan, maar het geheel klopt niet.
Dat beeld kan ook behulpzaam zijn bij de uitleg van bepaalde Bijbelgedeelten. Zo wordt Efeze 2 vanaf vers 18 soms gelezen als een verbindingstekst met Openbaring 21. Op basis daarvan wordt vervolgens geconcludeerd dat het lichaam van Christus, zoals beschreven in Efeze 5:22-33, uiteindelijk het bouwmateriaal van het hemelse Jeruzalem zou zijn.
Op het eerste gezicht lijkt die gedachte aannemelijk. Beide gedeelten spreken immers over een fundament van de apostelen. Maar wanneer we de context zorgvuldig lezen, blijkt dat dit vrijwel het enige punt van overeenkomst is. De afbeelding op het puzzelstukje blijkt uiteindelijk niet overeen te komen.
Efeze 2:11-22
In Efeze 2 beschrijft Paulus de positie van gelovigen uit de heidenen. Zij zijn niet langer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God (vers 19).
Vervolgens gebruikt Paulus het beeld van een gebouw. Dit gebouw is gegrondvest op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf de Hoeksteen is. Op dit fundament groeit het geheel uit tot een heilige tempel in de Heere (verzen 20-21).
In dit gedeelte worden gelovigen allereerst voorgesteld als bewoners. Zij zijn huisgenoten van God en hebben een plaats in Zijn huis.
Daarna voegt Paulus in vers 22 nog een tweede gedachte toe:
"In Hem wordt ook u mede gebouwd tot een woning van God, in de Geest."
Opvallend is het woord "mede". Dat wijst erop dat gelovigen samen worden opgebouwd tot een woning waarin God Zelf door Zijn Geest woont.
Hier gaat het niet over een toekomstige stad, maar over Gods tegenwoordige werk in Zijn gemeente. Door de inwonende Heilige Geest heeft God Zijn woning gemaakt in de gelovigen. De gemeente is nu reeds een woonplaats van God.
Samengevat beschrijft Efeze 2 dus twee nauw met elkaar verbonden werkelijkheden:
- gelovigen zijn huisgenoten van God en wonen bij Hem;
- God woont door Zijn Geest in de gelovigen.
Beide waarheden zijn gegrond op hetzelfde fundament van de apostelen en profeten, met Christus als de Hoeksteen.
Openbaring 21:9-27
Ook in Openbaring 21 komen we het fundament van de apostelen tegen. De muur van het hemelse Jeruzalem rust op twaalf fundamenten, waarop de namen van de twaalf apostelen van het Lam geschreven staan (Openbaring 21:14).
Juist hier ontstaat gemakkelijk de indruk dat beide gedeelten over hetzelfde spreken. Toch laat de verdere beschrijving zien dat dit niet het geval is.
Allereerst lezen we in vers 22:
"En ik zag geen tempel in haar."
Dat is een belangrijk verschil. Efeze 2 spreekt juist expliciet over een heilige tempel in de Heere, terwijl in het hemelse Jeruzalem geen tempel meer aanwezig is, omdat de Heere God, de Almachtige, en het Lam Zelf haar tempel zijn.
Daarnaast lezen we in vers 27 dat alleen zij die geschreven staan in het boek des levens van het Lam de stad zullen binnengaan.
Dat betekent dat de verlosten de bewoners van deze stad zijn. Zij gaan de stad binnen; zij vormen niet de stenen waaruit de stad is opgebouwd.
Het feit dat beide gedeelten hetzelfde fundament noemen, betekent daarom niet dat zij hetzelfde gebouw beschrijven. Het fundament is gelijk, maar de bestemming en de functie verschillen.
Conclusie
Zoals een puzzelstukje qua vorm passend kan lijken, maar uiteindelijk niet de juiste afbeelding blijkt te hebben, zo kan ook de overeenkomst van het fundament in Efeze 2 en Openbaring 21 aanleiding geven tot een conclusie die bij nadere bestudering niet standhoudt.
Beide gedeelten zijn gebouwd op hetzelfde fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de Hoeksteen is. Dat is ook niet verwonderlijk, want al Gods beloften vinden in Hem hun "ja" en "amen".
Toch spreken zij over verschillende werkelijkheden.
Efeze 2 beschrijft Gods huidige werk in de gemeente. Gelovigen zijn huisgenoten van God en worden gezamenlijk gebouwd tot een woning van God in de Geest. Het gaat om Gods wonen te midden van Zijn volk in de tegenwoordige bedeling.
Openbaring 21 daarentegen beschrijft de toekomstige heerlijkheid van het hemelse Jeruzalem. De verlosten vormen daar niet het bouwmateriaal van de stad, maar haar bewoners. Zij die geschreven staan in het boek des levens van het Lam zullen de stad binnengaan en daar voor altijd bij God wonen.
Het gedeelde fundament verbindt beide gedeelten, maar de context bepaalt de betekenis. Juist daarom is het belangrijk niet alleen naar de vorm van de puzzelstukjes te kijken, maar ook naar de afbeelding die zij samen vormen.
Maak jouw eigen website met JouwWeb